maart, 2011

Jannie Reilink-Toorneman

Het was wel een verrassing toen ik op Espelo-online las dat mijn zus Jantien de pen aan mij doorgaf. Gelukkig ben ik niet bang voor de pen en pak hem bij deze op.

Ik ben Jannie Reilink-Toorneman, geboren in 1944 als eerste kind van Dine en Johan Toorneman. Tot hun gezin behoorden ook Opoe Jenneke, tante Mine en de ooms Frits en Chris, de laatsten beschouwde ik eigenlijk als broers. In de geboortegolf na de oorlog werd Hans geboren en in de vijftiger jaren Wim en Jantien om het gezin compleet te maken. Het was bij ons thuis altijd gezellig druk.

Terugdenkend aan mijn kinderjaren neemt de Bosschool natuurlijk een belangrijke plaats in. Als zesjarige werd ik meegenomen door Minie van de Biester. Later kreeg ik op mijn beurt Hennie van Koeland onder mijn hoede. We fietsten vaak door de Haar en het bos, het huis van Tine en Teun Boode stond er nog niet. Ons klasje was niet zo groot, mijn echte vriendin werd Lineke Haverslag en we speelden heel vaak samen, zij woonde ook het dichtst bij mij in de buurt. Het contact is er nog steeds. Op school kregen we niet echt gymnastiek, de gym was bij mooi weer een balsport buiten en van zwemles hadden we nog nooit gehoord. Bij heel warm weer fietsten we zomers wel eens naar het zwembad in Nijverdal. Ik herinner me nog goed dat we eens terugfietsten tijdens een hevige onweersbui en hoe blij we waren in de Helhuizen weer in de bewoonde wereld te komen. We beseften het toen niet zo, maar wat hadden we het luxe met een schoolplein, het veldje en het bos om ons heen. In de “klèène schoole” stond juffrouw van de Ridder voor de klas, zij leerde ons lezen,schrijven en rekenen. Op woensdagmiddag kregen we handwerkles, de merklap en het gebreide washandje heb ik trouw bewaard. In de 4de klas zat ik bij meester Hiddink, ik zie hem nog een appel in parten snijden om ons de breuken te leren. De laatste twee jaar had ik het prima naar m’n zin bij meester Wierda, een leuke jonge onderwijzer. We gingen o.a. met de fiets voor een meerdaagse schoolreis naar Giethoorn, een belevenis. Na klas zes ging ik als enig meisje uit onze klas naar de MULO in Holten, gelukkig waren er wel twee vertrouwde jongensgezichten en was meester Hiddink, nu meneer Hiddink hier om ons Frans te leren. In 1956 na het behalen van m’n diploma ging ik richting Deventer en heb daar o.a. bij het Geertruidenziekenhuis en Ziekenfonds AZD gewerkt.

Inmiddels werd ik verliefd en trouwde in 1965 met Mannes Reilink. Mannes werd na de HTS geplaatst als landmeter bij het kadaster in Eindhoven en wij konden een huis huren in Hapert. Dat was bijna in het buitenland (bij de Belgische grens) en voor Splose begrippen héél ver weg. Toch kregen we veel bezoek van het thuisfront, o.a. broer Wim met z’n vrienden op “tienertoer”. We hadden het prima naar onze zin in de Brabantse Kempen, maar eind 1971 kreeg Mannes een baan bij de gemeente Hengelo en verhuisden we naar Twente. Ook een prima plek om te wonen. Hier groeiden onze drie dochters op, ze zijn inmiddels volwassen. Onze oudste, Kirsten, woont met man Marcel en zoons Maarten en Joost in Hengelo. Esther met echtgenoot Erik en dochter Maya wonen in Parijs, dat lijkt ver maar is voor ons nadat ze 4 jaar in Kenia woonden dichtbij. Onze jongste, Marjan, woont met man Steven in Amsterdam. We waren de afgelopen Kerst met het hele gezin in Gulpen in de sneeuw zoals op de foto is te zien.

Ook onze kinderen hebben een band met Espelo en Holten. Ze komen er graag en menig verjaardagsfeestje of familiebijeenkomst wordt gevierd op de dagcamping op de Holterberg. Wij wonen nog steeds met veel plezier in ons huisje in Hengelo – in de stad – maar wel met een houtwal en weilandje achter het huis. Ook na het bereiken van de “pensioengerechtigde leeftijd” weten we onze dagen nog goed te vullen en is bijna elke dag nog te snel voorbij. We hebben o.a. het langeafstandsfietsen ontdekt en proberen jaarlijks een tocht te maken. Zo zijn we al naar Rome, Barcelona en Praag gefietst. We komen op prachtige plekjes waar we met de auto nooit zouden komen. Ook maak je onderweg heel gemakkelijk contact met allerlei mensen. 

Voor mij was Espelo 66 jaar “thuis”, ik kwam er veel, de laatste jaren was ik er twee dagen per week om mijn steentje bij te dragen in de mantelzorg voor mijn moeder en tante Mine. Hun betrokkenheid bij Espelo was groot, ik bleef dan ook goed op de hoogte van het reilen en zeilen in de buurtschap. Nu zij er niet meer zijn is dat stukje “thuis”weggevallen, maar om met gedeeltes uit het Espelo’s volkslied te spreken :

Waar de Holterberg zich plooit rustig ongerept
Waar de school zo rustig staat tussen veld en bos
Waar men bouw- en weiland vindt met wal en heg omzoomd
Waar de zandwal zich verheft langs de Braakmanskamp
Daar ligt mijn Espelo Holtens dierbaar oord

Dit Espelo blijft voor mij als geboren en getogen Splose levenslang een “dierbaar oord”.
De pen gaat nu naar Teuge, naar Chris Klein Lebbink.
Ook namens Mannes een hartelijke groet voor iedereen.

Jannie Reilink-Toorneman

"In de Pen" is een rubriek waarin iemand (Sploder of aanverwant) een stukje schrijft over bijvoorbeeld zichzelf, hobby's, werk, een gebeurtenis, zijn omgeving etc. De keuze is aan de schrijver. Aan het eind geeft hij of zij de Pen door aan een ander. Deze rubriek heeft de intentie om elk kwartaal te verschijnen.